Volkert van der Graaf – Wikipedia

Volkert van der Graaf (Middelburg, 9 juli 1969) is een Nederlandse milieuactivist, die in 2003 tot een gevangenisstraf van 18 jaar werd veroordeeld wegens de moord op de politicus Pim Fortuyn.

Levensloop

Van der Graaf werd geboren als tweede kind van een Nederlandse vader, die natuur- en wiskundeleraar was en overleed toen Volkert 17 was, en een Engelse moeder. Hij volgde het atheneum aan de Stedelijke Scholengemeenschap Middelburg, ging milieuhygiëne studeren aan de Wageningen Universiteit, werd veganist, en richtte in 1992 samen met Sjoerd van de Wouw de Vereniging Milieu-Offensief (VMO) op. De VMO hield zich bezig met juridische procesvoering tegen milieuovertredingen en dierenmishandeling. Hij controleerde of veehouders en boeren over de vereiste milieuvergunningen beschikten, en spande procedures aan bij de Raad van State. In maart 1993 toonde TROS Aktua een confrontatie tussen Van der Graaf en een boer op de Veluwe tegen wie hij een bezwaarschrift had ingediend. Ook was een schriftelijke doodsbedreiging van vermoedelijk enkele agrariërs tegen de medewerkers van VMO te zien.[1]

De moord

1rightarrow.png Zie Moord op Pim Fortuyn voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 6 mei 2002 werd de politicus Pim Fortuyn, lijsttrekker van de LPF bij de verkiezingen van 15 mei 2002, van dichtbij door het hoofd geschoten op het Mediapark te Hilversum.

Volkert van der Graaf werd kort na dit delict in de nabijheid van de plaats-delict aangehouden en gearresteerd en is strafrechtelijk vervolgd en uiteindelijk veroordeeld wegens moord op Pim Fortuyn.

Na de moord

Van der Graaf werd kort na de aanslag op Fortuyn door de Hilversumse politie gearresteerd. Hij had geen strafblad. Een tijdje later werd ook zijn vriendin opgepakt, maar er was geen bewijs dat zij in directe zin iets met de zaak te maken had. Ook vond er een huiszoeking in Van der Graafs huis plaats. In de garage werden chemicaliën gevonden, zoals ammoniumnitraat, kaliumchloraat in combinatie met suiker, actieve kool, tolueen en zwavelzuur, waarmee explosieven gemaakt kunnen worden.

Tijdens de rechtszaak in maart en april 2003 bekende Van der Graaf de aanslag op Pim Fortuyn. Hij gaf als motief dat hij in Fortuyn een groeiend gevaar voor de samenleving zag, met name voor kwetsbare groepen zoals asielzoekers, moslims en mensen met een WAO-uitkering, aldus de verklaring van het Openbaar Ministerie. Het OM:

Cquote1.svg Het ging daarbij voor de verdachte om de combinatie van de algemene stigmatiserende politieke denkbeelden van Fortuyn, de polariserende wijze waarop Fortuyn die voor het voetlicht bracht en de grote politieke macht die Fortuyn dreigde te krijgen. Hij zag voor zichzelf geen andere mogelijkheid om dat gevaar te stoppen dan door Fortuyn om het leven te brengen. Cquote2.svg

Zelf verklaarde Volkert van der Graaf, blijkens het uiteindelijk vonnis waarin hij werd schuldig bevonden aan moord:

Cquote1.svg Ik erken dat ik op 6 mei 2002 te Hilversum [slachtoffer] heb doodgeschoten. (…). Ik zag [slachtoffer] als een gevaar voor de samenleving. Ik zag voor mijzelf geen andere mogelijkheid dan wat ik heb gedaan. (…) Cquote2.svg

Ook door anderen dan het Openbaar Ministerie wordt verwezen naar Van der Graafs dierenactivistisch verleden. Met name schrijver Tomas Ross en onderzoeksjournalist Peter Siebelt verwijzen naar een citaat uit het rapport van de commissie-Van der Haak die de beveiliging van Pim Fortuyn onderzocht. Het citaat is afkomstig uit een door de AIVD afgeluisterd telefoongesprek van 8 januari 2002, toen Pim Fortuyn nog lijsttrekker was van Leefbaar Nederland. In dat gesprek wordt door een milieuactivist gezegd: “Hij (Fortuyn) moet dood!” Nadat de spreker erop attent gemaakt wordt dat ze afgeluisterd worden, corrigeert hij zichzelf en zegt: “Ik bedoel natuurlijk monddood.”

Het proces

Het proces begon na enkele pro-formazittingen op 27 maart 2003 en duurde drie zittingsdagen. De officier van justitie Koos Plooij eiste een levenslange gevangenisstraf. Volgens strafrechtdeskundigen zou een veroordeling tot levenslang een unicum zijn, omdat het gaat om een enkelvoudige moord gepleegd door een dader die nog niet eerder is veroordeeld. De officier van justitie kwam tot zijn eis omdat de aanslag volgens hem niet alleen de persoon Fortuyn trof, maar ook de Nederlandse democratie: Fortuyn was een vooraanstaand politicus en de aanslag vond plaats vlak voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Bovendien toonde Van der Graaf nauwelijks berouw over zijn daad.

Omdat het bewijs tegen hem overstelpend was en hij de moord bekende, richtten zijn advocaten zich vooral op de strafmaat. Ze wezen erop dat een politiek motief geen reden voor strafverzwaring mag zijn – andere motieven zouden dan verlichtend kunnen werken, wat onwenselijk zou zijn. De officier van justitie stelde echter dat geen sprake kon zijn van een politiek motief, omdat de verdachte nooit openlijk interesse had getoond voor politieke vraagstukken.

Veroordeling

De rechtbank veroordeelde Van der Graaf op 15 april 2003 tot 18 jaar gevangenisstraf. De inbreuk op het democratische proces was niet ernstig genoeg en de kans op herhaling te klein om een levenslange gevangenisstraf te rechtvaardigen, aldus de rechters. Bij dat laatste baseerde de rechtbank zich op het psychiatrisch rapport. Feiten die voor de rechtbank wel zwaar wogen waren de ‘brute wijze’ waarop de moord werd gepleegd en het feit dat de rechtsorde ernstig was geschokt.

Hij werd niet alleen veroordeeld voor moord, maar ook voor verboden wapenbezit (van het moordwapen) en voor het bedreigen van de chauffeur van Fortuyn die hem na de aanslag achtervolgde. Volkert van der Graaf zal naar alle waarschijnlijkheid op 6 mei 2014 ontslagen worden uit de gevangenis, precies twaalf jaar na de moord.

Hoger beroep

Zowel Van der Graaf als het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep tegen de hoogte van de opgelegde strafmaat. Het gerechtshof in Amsterdam veroordeelde hem opnieuw tot achttien jaar gevangenisstraf.

Zowel het Openbaar Ministerie als Van der Graaf besloot tegen de uitspraak niet in cassatie te gaan, waardoor deze veroordeling definitief werd.

Psychische gesteldheid

Het onderzoeksrapport naar zijn geestelijke gesteldheid, opgesteld door het Pieter Baan Centrum (PBC) en vrijgegeven op 21 maart 2003, stelde dat hij leed aan obsessief-compulsief gedrag. Dit leidt tot perfectionisme en een onbuigzame houding in morele kwesties. Van der Graaf was volgens het rapport echter wel toerekeningsvatbaar, wat door hem werd beaamd.

Psychiater A.A.R. de Kom en psycholoog J.M. Oudejans van het Pieter Baan Centrum te Utrecht hadden hem onderzocht. Zij concludeerden het volgende:

Cquote1.svg Hij is een intellectueel hoogbegaafde, lichamelijk gezonde man, bij wie sprake is van een obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis. Deze komt tot uiting in perfectionisme dat het voltooien van taken bemoeilijkt en in overmatige toewijding aan het werk met uitsluiting van ontspannende bezigheden en vriendschappen. Cquote2.svg
Cquote1.svg Voorts zou zijn persoonlijkheidsstoornis zich uiten doordat hij “overdreven gewetensvol” zou zijn, “scrupuleus en star betreffende zaken van moraliteit, ethiek en normen (niet te verklaren vanuit de culturele achtergrond van zijn milieu) en doordat hij starheid en koppigheid toont.”. Cquote2.svg

Deze persoonlijkheidsstoornis zou echter niet van aanwijsbare invloed geweest ten tijde van de aan hem ten laste gelegde feiten.

Cquote1.svg Zijn voornemen was ingegeven door zijn verwachting dat het slachtoffer “een groot gevaar” zou vormen voor “de zwakkeren” Cquote2.svg

Deze verwachting zou echter niet uit zijn persoonlijkheidsstoornis kunnen worden verklaard. Voor zover hij zich verontrust voelde, was die vrees niet als een pathologisch motief aan te merken. Hij had zonder aanwijsbaar ziekelijke beperking geprobeerd het slachtoffer gewapend te benaderen met de bedoeling hem te doden. Hij had zijn vuurwapen niet uit andere dan reële motieven voorhanden gehad. Hij had kort voor het doodschieten besloten dat daartoe de gelegenheid bestond en vervolgens zonder aanwijsbaar pathologische beïnvloeding geschoten.

Cquote1.svg Ook in de wijze van uitvoeren van deze gewapende en dodelijke overrompeling is geen invloed van een stoornis aanwijsbaar, zoals tevens geldt voor het met dat wapen bedreigen van een achtervolger. Voor zover er sprake is geweest van een overschatting van de macht en invloed van het slachtoffer, kan deze vertekening niet verklaard worden vanuit eventuele pathologische motieven. Ook de afwezigheid van morele twijfel is in dit geval niet pathologisch bepaald en dient gezien te worden tegen de achtergrond van een al veel langer bestaande bereidheid om de uiterste consequentie te trekken uit zijn politieke overtuigingen en principes. Cquote2.svg

Niet lang voor de uitspraak in hoger beroep suggereerden enkele wetenschappers in kranten dat hij zou lijden aan het syndroom van Asperger, wat door de onderzoekers van het Pieter Baan Centrum over het hoofd zou zijn gezien. Door het PBC werd dit laatste ontkend. Met de mogelijkheid zou wel degelijk rekening zijn gehouden, maar er waren tijdens het onderzoek geen aanwijzingen voor gevonden.

Eind november 2003 diende Van der Graaf bij het Medisch Tuchtcollege een klacht in tegen de Groningse psychiater Menno Oosterhoff, de belangrijkste exponent van de theorie dat hij aan het syndroom zou lijden. Op 11 oktober 2004 werd de klacht behandeld. De uitspraak heeft op 22 november plaatsgevonden. Het Tuchtcollege verklaarde Van der Graafs klacht niet-ontvankelijk, omdat de uitspraken van Oosterhoff niet de individuele gezondheidszorg betroffen en er geen sprake was van een arts-patiënt-relatie. Alleen als aan deze voorwaarden is voldaan, acht het Hof zich bevoegd tot het geven van oordelen.

Verdere beschuldigingen

Toen bekend werd dat Van der Graaf de moordenaar van Fortuyn was, circuleerden berichten in de media dat hij ook verantwoordelijk zou zijn geweest voor de moord op milieuambtenaar Chris van der Werken in 1996. Naar aanleiding van de berichten in de media is er door justitie uitgebreid onderzoek gedaan naar de mogelijke betrokkenheid van Van der Graaf bij de moord op Van der Werken en andere strafbare feiten waar hij mee in verband werd gebracht. Zo is onderzoek gedaan naar zijn mogelijke betrokkenheid bij het ‘taartgooi-incident’ (Pim Fortuyn kreeg tijdens zijn campagne een taart in zijn gezicht gedrukt door de ‘biologische bakkers brigade’. Ook zijn complottheorieën aangaande de moord op Fortuyn onderzocht en mogelijke chantage van boeren door Vereniging Milieu-Offensief, die was opgericht door Van der Graaf. De onderzoeksresultaten zijn door de politie vastgelegd in een vertrouwelijk rapport. Op basis van onder meer dit rapport heeft justitie Van der Graaf niet als verdachte van genoemde strafbare feiten aangemerkt.

In dagblad De Telegraaf is op 7 juli 2006 een artikel verschenen waarin Van der Graaf in verband wordt gebracht met de moord op Van der Werken. Ook staat bij genoemde artikel een link naar het vertrouwelijke politierapport. In reactie op dit artikel heeft het Openbaar Ministerie een persbericht doen uitgaan waarin het OM mededeelt dat het genoemde onderzoek het OM niet tot de conclusie heeft kunnen brengen dat alsnog bewijs zou kunnen worden geleverd voor de betrokkenheid van Van der Graaf bij de dood van Van der Werken.[5] Van der Graaf heeft daarna met succes een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek. De Telegraaf zag zich daarna gedwongen te rectificeren. Ook heeft Van der Graaf een rechtszaak gewonnen, waarbij de rechtbank van Amsterdam oordeelde dat ook een strafrechtelijk veroordeelde recht heeft op bescherming van de eer en goede naam, en De Telegraaf veroordeelde tot het betalen van een vergoeding van €2.500,- wegens immateriële schade, en de proceskosten.

Anonimiteit

Een verdachte wordt in de media in het algemeen niet bij zijn of haar volledige naam genoemd. Lange tijd werd hij in de Nederlandse media dan ook aangeduid als Volkert van der G.. In de buitenlandse media werd hij echter consequent Van der Graaf genoemd. Toen op die manier zijn naam bekend geworden was, zijn ook de meeste Nederlandse kranten zijn volledige naam gaan gebruiken. Het gezin Van der Graaf (geen familie van Volkert) dat vlak na de moord op Fortuyn als enige onder die naam in het telefoonboek van Harderwijk te vinden was (de toenmalige woonplaats van de milieuactivist), heeft enige tijd ondergedoken gezeten na verschillende bedreigingen aan hun adres.

Verkiezing ergste Nederlander

Op 16 november 2004 is Van der Graaf door lezers van HP/De Tijd uitgeroepen tot de ergste Nederlander. Deze verkiezing werd gehouden in navolging van de verkiezing tot grootste Nederlander (Pim Fortuyn) door de KRO.

  • Jutta Chorus & Menno de Galan In de ban van Fortuyn, uitg. Olympus (2002)
  • Peter Siebelt Eco Nostra: het netwerk achter Volkert van der Graaf, uitg. Aspekt (2003)
  • Johan Faber Wat bezielde Volkert van der G.?, uitg. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam (2008)
Bronnen, noten en/of referenties

  1. VOLKERT. Uitzending van TweeVandaag, 8 mei 2002 met daarin beelden van het Aktua-item uit maart 1993
  2. Volkert van der G. bekent moord Fortuyn, NOS, 23 november 2002
  3. Levenslang voor Van der G. zou unicum zijn. NRC Handelsblad, 2 april 2003.
  4. Thomas Ross gebruikt citaten AIVD in De zesde mei, NOS, 2 november 2003
  5. Persbericht OM
  6. Raad voor de Journalistiek geeft Van der G. gelijk NRC Handelsblad 13 maart 2007
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Volkert van der Graaf. Bookmark de permalink .