De rechter van het van der Graaf process – BAUDUIN F.G

Antecedentenregister van juristen

 

BAUDUIN F.G. , geboren aug 1946 ; Dhr.

NLRM 80 87 88/89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99/00
Raio rechtbank Amsterdam 17 sep 1973
Gerechtsauditeur rechtbank Amsterdam 23 nov 1979
Rechter-plaatsvervanger rechtbank Amsterdam 2 jan 1980
Rechter rechtbank Amsterdam 24 aug 1981
Lid Ned. Antillen en Aruba 25 jul 1984
Vice-President rechtbank Amsterdam 14 nov 1988
Rechter-plaatsvervanger rechtbank Alkmaar 8 jul 1991
Rechter-plaatsvervanger rechtbank Haarlem 8 jul 1991
Rechter-plaatsvervanger rechtbank Utrecht 8 jul 1991
Buitengewoon verlof rechtbank Amsterdam 1 jan 1997
Coördinerend vice-president Rechtbank Amsterdam van 30-01-2002
NU Amsterdam Rechtbank Coördinerend Vice-President
TEVENS
Voorzitter tuchtcommissie van de KNSB
Voorzitter Departement Adam Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen
Voorzitter Stichting Nutsschool Beeldende Expressie te Amsterdam
Plaatsvervangend Voorzitter Medisch Tuchtcollege te Amsterdam
Lid van het Algemeen Bestuur van de Chr. Scholengemeenschap te Amsterdam
Wesselinkcollege te Amstelveen
Lid van de Bestuurscommissie Christelijke Scholengemeenschap Buitenveldert
Lid van de Rotary
TEVENS [Telegraaf 11 maart2003]:
“Geen rechtbankportret van Volkert van der G.”
—De Voorzitter van de strafkamer van de rechtbank Amsterdam mr. F.G. Bauduin heeft besloten niet toe te staan dat er tekenaars in de rechtzaal plaatsnemen om Volkert van der G. te portretteren. Volgend Bauduin hebben de advocaten van Van der G. laten weten dat zij geen toestemming geven voor het maken van tekeningen van hun cliënt. Pims broer Marten Fortuyn is woedend dat de rechtbank lijkt te zwichten voor de wensen van de moordenaar van de politicus.–
TEVENS [augustus 2003]
Voorzitter / plaatsvervangend voorzitter tuchtcommissie KNSB te Amersfoort van 02-01-1989
Voorzitter Stichting tot voortzetting van Maatschappij tot Nut v. ’t Algemeen te Departement Amsterdam van 01-01-1988
Voorzitter Stichting Nutsschool Beeldende Expressie te Amsterdam van 01-01-1988
Voorzitter Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg te Amsterdam van 02-01-1989
Lid bestuur stichting het Zedelijk Ligchaam “Charitas” te Amsterdam van 01-01-2002
Voorzitter Amsterdamse criminalistenclub te Amsterdam van 01-01-2002
Bestuurslid Stichting Christelijk Voorgezet Onderwijs te Amstelland van 01-01-1992 tot 29-12-2000
Lid bestuurscommissie Christelijke Scholengemeenschap Buitenveldert te Amsterdam van 01-01-2000 tot 01-01-2001
Lid algemeen bestuur Christelijke Scholengemeenschap H.Wesselinkcollege te Amstelveen van 01-01-2000 tot 01-01-2001

Advertenties
Geplaatst in Volkert van der Graaf

Raadsels rond het Volkert-proces – deel 2

Raadsels rond het Volkert-proces

Stan de Jong & Joost Niemöller 2

Was de moord op Fortuyn een eenmalige actie van een vreedzame dierenvriend? Uit onderzoek van HP/De Tijd blijkt dat Volkert al sinds 1989 het geweld niet schuwde. Portret van een doorgeslagen activist.

Over één ding hoeven de raadsheren van het gerechtshof in Amsterdam, dat deze week het hoger beroep in de zaak-Van der G. behandelt, zich in elk geval niet meer druk te maken: wie is de moordenaar van Pim Fortuyn? Relevanter is de vraag: wat bewóóg de dader?

Op 15 april dit jaar veroordeelde de Amsterdamse rechtbank Volkert van der G. tot achttien jaar gevangenisstraf, hetgeen in de praktijk neerkomt op twaalf jaar. Dus niet tot levenslang, zoals het Openbaar Ministerie had geëist. Anders dan de officier van justitie, die recidive mogelijk achtte, oordeelde de rechter dat de moord op Fortuyn voortkwam uit een unieke samenloop van omstandigheden. Hier nu was een politicus die alle heilige huisjes omverschopte en als een komeet omhoogschoot. Waarop een als rustig en vredelievend bekendstaande jongeman opstond die vond dat de demon ‘gestopt’ moest worden. En die met het schuim op de mond de trekker overhaalde.

Uit het vonnis: “Verdachte zag in het slachtoffer een steeds groter wordend gevaar voor de samenleving, met name voor kwetsbare groepen, zoals asielzoekers, moslims en mensen met een WAO-uitkering.”

In zo’n uniek geval ligt herhaling niet voor de hand. Dus oordeelde de rechtbank dat het recidivegevaar niet groot genoeg was om levenslang te rechtvaardigen.

Maar volgens de officier van justitie ging het Volkert enkel om de dieren. En als je het zo ziet, is de kans op recidive wel degelijk reëel. Er kan over twaalf jaar opnieuw een politicus langskomen die zich voor de bontindustrie uitspreekt en daar staat Volkert dan weer met zijn pistool.

Wie van de twee partijen heeft gelijk?

Door tussenkomst van advocaat mr T. Hiddema kreeg HP/De Tijd als eerste de verklaring in handen die Volkert ruim een half jaar voor de rechtszaak tegenover de rechter-commissaris had afgelegd. Slechts weinigen bezitten dit belangrijke document. Tussen de regels door blijkt hieruit hoe belangrijk dieren voor Volkert zijn. Er komen bijvoorbeeld telefoongesprekken aan de orde die Volkert op 8, 9 en 11 juni 2002 vanuit de gevangenis voerde. Het onderwerp van die gesprekken: ‘de aandacht die de dierenrechten sinds 6 mei krijgen’.
Uit de getuigenissen van vrienden, kennissen en zijn collega’s van de Vereniging Milieu-Offensief (VMO) komt ook het beeld naar voren van een man die niets met politiek op had, maar daarentegen alles met de beestjes. Niemand kon zich zelfs herinneren dat Volkert ooit over Fortuyn had gesproken. Behalve dan wellicht voor zover de politicus iets tegen dierenwelzijn wilde ondernemen.

Volkerts Wageningse studievriend Robert Freriks: “Voor mijn gevoel is Volkert jarenlang alleen met de Vereniging Milieu-Offensief (VMO) en dieren bezig geweest. Zijn leven bestond daaruit. Als er dan zo’n Fortuyn komt die bijvoorbeeld roept dat pelsdieren weer gefokt mogen worden, kan ik mij voorstellen dat Volkert daar flink van over de rooie gaat.”

Waarop baseerde de rechter dan toch het oordeel dat Volkerts motief gelegen was in de opvattingen van Fortuyn over ‘kwetsbare groepen in de samenleving’? Welbeschouwd berustte dat oordeel slechts op één pijler: de getuigenis van Volkert zelf. Alleen, wie de verklaring van de verdachte nog eens naleest, kan zich bijna niet voorstellen dat die de rechter heeft overtuigd. Volkert draait overduidelijk om de hete brij heen.

Over zijn werk voor VMO meldt hij bijvoorbeeld dat hij net zo goed had kunnen werken voor ‘iedere andere kwetsbare groep’ in de maatschappij: “Mijn werk hoefde dus niet met dieren te maken te hebben.” Maar ja, dat hád het wel, en Volkert hééft nooit gewerkt voor een andere werkgever dan VMO.

En hoewel hij het standpunt van Fortuyn over de bontindustrie zegt te kennen en hij dit ‘schokkend’ vond, voegt Volkert er ijlings aan toe dat dit zeker niet het enige schokkende was dat Fortuyn heeft gezegd. Om vervolgens die dingen te zeggen die de Amsterdamse rechtbank kennelijk erg serieus heeft genomen: “Fortuyn ging qua standpunten anders om met enerzijds de dieren en anderzijds bijvoorbeeld moslims en WAO’ers. Het kwam op mij over dat hij de thema’s over moslims en WAO’ers gebruikte om te scoren. Dat gold niet voor de dieren. Die werden door hem niet gestigmatiseerd.”

Tja…

Dat de verklaring van Volkert niet al te serieus hoeft te worden genomen, mag ook blijken uit het volgende. Tijdens de behandeling in eerste aanleg citeerde de officier van justitie uit een brief die Volkert op 21 juli 2002 vanuit de Bijlmerbajes aan zijn vrouw Petra Lievense schreef: “Mocht ik ooit nog eens een verklaring afgeven aan de rechterlijke macht of in de media, dan hoeft dat natuurlijk niet noodzakelijkerwijs de waarheid te zijn. Voor de buitenwereld is de waarheid niet belangrijk – het hoeft slechts functioneel te zijn.”
‘Functioneel’ betekent voor Volkert: leidt de aandacht van justitie af van de dieren. De als intelligent omschreven verdachte moet dondersgoed door hebben gehad dat dit het verschil kon betekenen tussen achttien jaar gevangenisstraf en levenslang. En als hij dat zelf niet wist, zal het hem gedurende de lange voorbereidende gesprekken met zijn advocaten – hij kreeg zelfs ‘studiestof’ op – toch wel zijn voorgehouden. En zo werd de rechter bij de neus genomen.

Uit het nu volgende verhaal blijkt dat Volkert meer was dan al¬leen een dierenvriend; hij was een illegale actievoerder. Eind jaren tachtig was Volkert van der G. al actief in de dierenbevrijdingswereld, en hij is daarmee vermoedelijk tot aan zijn arrestatie doorgegaan. Waarmee het beeld van Volkert als vredelievende, saaie vergunningenaanvechter die een keer uit zijn slof (en zijn pistool) schoot, voorgoed naar het rijk der fabelen kan worden verwezen.

Al twintig jaar lang vinden in het intensieve-veeteeltgebied in Gelderland en Utrecht aanslagen plaats op fokkerijen en slach¬terijen: zogenaamde ‘dierenbevrijdingen’ en branden. Ook worden personen bedreigd en in een enkel geval zelfs gegijzeld. Justitie heeft nooit greep gekregen op het criminele netwerk dat hierachter schuilgaat. Slechts vier dierenactivisten werden op heterdaad betrapt en veroordeeld. Volkert maakte deel uit van dit netwerk.
Aanwijzingen daarvoor bestonden tot nu toe wel, maar concrete bewijzen kwamen nog niet naar buiten. In een vaak geciteerd interview met Van der G. (van vóór de moord) op de website van Animal Freedom, zei hij slechts vaagweg: “Ik heb diverse acties gevoerd.” Een tot de verbeelding sprekende andere aanwijzing vormden de in condooms verpakte chemicaliën en het tijdmechanisme om daarmee brand te stichten, die waren aangetroffen in het schuurtje van Volkert, achter zijn onopvallende rijtjeshuis in Harderwijk. Toch is dat nog geen bewijs.

Uit de verklaring die Volkert tegenover de rechter-commissaris aflegde, blijkt dat er harde bewijzen zijn voor Volkerts dierenactivisme. In de verklaring staat dat Volkert persoonlijk betrokken was bij een illegale bezetting door dierenactivisten. Dat kwam niet naar buiten, omdat de officier van justitie het bevreemdend genoeg niet vermeldde in zijn requisitoir.

Zo staat het er: “Het is juist dat ik 1 keer eerder met de politie te ma¬ken heb gehad, in verband met het feit van artikel 138 WvSr. Ik was in 1989 betrokken bij een bezetting van een proefdierenfokbedrijf. Ik begrijp nu van u dat die zaak door de officier van justitie is geseponeerd. Ik weet nog dat ik toen bezoek heb gekregen van de Rijksrecherche, omdat een agent zijn boekje te buiten was ge¬gaan.”

Voor de goede orde: artikel 138 WvSr slaat op het misdrijf erfvredebreuk.
Nader onderzoek van HP/De Tijd leert om welke bezetting het hier ging. Een van de activisten van het Dierenbevrijdingsfront (DBF) die ook aan deze actie meededen, Esther Oliekan, schreef namelijk een verslag van de bezetting van een proefdierenfokbedrijf in 1989, dat op internet is terug te vinden. Het is met haar volledige naam ondertekend, ongewoon voor dierenactivisten, die zich doorgaans net als krakers hoogstens met hun voornaam bekendmaken.
In het verslag wordt melding gemaakt van drie illegale acties tegen het proefdierenfokbedrijf Harlan Sprague & Dawley in Austerlitz, nabij Zeist. De bewuste proefdieren waren beagles, honden dus. Oliekan schreef: “De derde maal dat wij dieren wilden gaan bevrijden zijn wij helaas door de politie Zeist opgepakt.” Was dat de keer dat ook Volkert werd gearresteerd?

Esther Oliekan runt al sinds 1981 een commerciële fokkerij voor dobermanns. Het bedrijf is gevestigd in Nieuwegein. Als we haar bellen, reageert ze in eerste instantie zeer verbaasd wanneer we haar in verband brengen met Volkert. Maar eenmaal geconfronteerd met de feiten uit de verklaring, geeft ze toe dat ze samen met Volkert aan de actie deelnam. De affaire met de agent die volgens Volkert zijn boekje te buiten zou zijn gegaan, weet ze zich ook nog goed te herinneren. Volkert zou toen geslagen zijn door een rechercheur. Zijzelf trouwens ook. De rechercheur zou zijn overgeplaatst.

Esther Oliekan blijkt een van de laatste Nederlanders te zijn die er nog aan twijfelen dat Volkert schuldig is aan de moord op Fortuyn. In haar ogen is Volkert net zo iemand als Lee Harvey Oswald, die Kennedy niet vermoord zou hebben, maar erin geluisd werd. Volkert had namelijk plattegronden van het mediapark Hilversum in zijn auto laten liggen. “Dat deden wij nooit bij een actie.” En ja, ze wil tussen neus en lippen best zeggen dat het bestaan van Volkert als dierenactivist niet bij die ene actie is gebleven, net zomin als in haar geval. Het valt op dat Oliekan over Volkert praat als een goede bekende. Na afloop van het telefoongesprek is bij ons het laatste restje twijfel weggenomen: Volkert was een dierenactivist.

We maken een afspraak voor een vervolggesprek bij haar thuis in Nieuwegein, maar daar ziet ze later, zonder opgaaf van redenen, van af.

In onze pogingen meer te weten te komen over de acties bij Harlan, stuiten we op Ed Gubbels, die zich tijdens de bezetting aan de andere kant van het front bevond. Gubbels was als diergeneticus zeven jaar verbonden aan het toenmalige Centraal Proefdierenbedrijf van TNO, eerst in Zeist, later in Austerlitz. Hij bleef dit tot in 1989, toen het bedrijf al enige jaren was overgenomen door de firma Harlan.

Als we hem bellen (tegenwoordig werkt hij elders), blijkt de naam Esther Oliekan nog steeds iets wakker te roepen. Logisch, want de conflicten waren heftig en werden op de persoon gespeeld. Oliekan beet hem in het genoemde internetverslag hatelijkheden toe van het type: “De heer Gubbels is niet immoreel. Hij is amoreel. Ach ja, je bent mens of niet.”

Gubbels weet nog dat Oliekan voorkwam op een lijst van justitie met dierenactivisten. Op die lijst stond ook de extreme dierenactivist Geoffrey Deckers, die vorige week aan Elsevier vertelde Volkert te kennen. Om daaraan toe te voegen: “Mensen binnen het dierenactiewezen die zeggen dat ze Volkert niet kennen, liegen.”

Gubbels kan zich herinneren dat er bij de acties in Austerlitz Amsterdamse krakers betrokken waren. Zij waren in die tijd de hardcore onder de actievoerders; jongens die echt van matten wisten. Hij constateert dat er eind jaren tachtig een verharding plaatsvond onder de dierenactivisten. Ze werden meer en meer geïn-spireerd door het Animal Liberation Front in Engeland, waar levensbedreigingen en bombrieven al aan de orde van de dag waren. Rond deze periode maakte Volkert dus zijn entree in de dierenbevrijdingswereld.

Overheidsbedrijven als TNO zijn extra kwetsbaar voor acties, vertelt Gubbels, omdat ze openheid willen betrachten. Zo zag Gubbels het als een verplichting mensen die bij nette clubs als de Dierenbescherming werkten, in zijn bedrijf rond te leiden. Dat bracht risico’s met zich mee. Het was, met de vele personele unies tussen dierenorganisaties, altijd mogelijk dat iemand van de Dierenbescherming informatie lekte naar actievoerders van het Dierenbevrijdingsfront.

Wat ook voorkwam, was dat dierenbevrijders undercover gingen als werknemers. Esther Oliekan schrijft in haar verslag: “Kort daarna heb ik geprobeerd te solliciteren bij Harlan om zo nog meer te weten te komen en makkelijker dieren te bevrijden, maar helaas werd men achterdochtig.”
In zeker één geval moet er volgens Gubbels bij actievoerders absoluut sprake zijn geweest van voorinformatie, waardoor ze makkelijk naar binnen konden komen.

Zijn carrière als actievoerder begon Volkert niet bij Harlan, maar al eerder. En wel meteen nadat hij in 1987 in Wageningen milieuhygiëne ging studeren. Dat jaar sloot hij zich aan bij de lokale afdeling van de Nederlandse Bond Bestrijding Vivisectie (NBBV). Een groep die, zo vermeldt Esther Oliekan in haar verslag, betrokken was bij de acties bij de proefdierfokkerij in Zeist.
Het postadres van de Wageningse NBBV was tevens het woonadres van studente Monique Bestman. Net als Volkert woonde Monique op het alternatieve Wageningse wooncomplex Droevendaal. Bij deze NBBV-afdeling zat ook Volkerts vriend en Droevendaal-bewoner Robert Freriks, die, we schreven het eerder, na de moord op Fortuyn door justitie werd gehoord.
In het requisitoir bij de Amsterdamse rechtbank zei de officier van justitie over de twee vrienden: “Beiden vonden ze dieren gelijkwaardig aan mensen, maar Volkert was fanatieker in zijn ideeën om dierenleed tegen te gaan. Volkert werd veganist. In zijn ideeën over dierenleed was hij erg zeker en hij kon daar heftig op reageren.”

Dat de woorden ‘fanatieker’ en ‘veganist’ hier in één adem werden genoemd, is niet voor niets. Veganisme is meer dan de weigering dieren en dierlijke producten te eten – het is een religie. De beweging kent vele radicalen, die de ‘massale moord’ op dieren beschouwen als een verderfelijk uitvloeisel van onze westerse (kapitalistische) consumptiemaatschappij. Onder dierenactivisten vind je veel veganisten.

Er bestaat een frappante relatie tussen anarchisme en veganisme. Een van Volkerts vrienden is Caroline Hoogendijk, die ook bij VMO heeft gewerkt. Op dit moment is zij voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Veganisten en werkzaam bij de stichting Alle Dieren Vrij!, die onder meer acties tegen de bontindustrie voert. De stichting noemt zich officieel ‘anarchistisch’, hetgeen ook in het logo (de A met de cirkel) is verwerkt.

Op een website waar gediscussieerd wordt over het boek Alle Dieren Vrij! van de anarchist Peetje Lanser, valt te lezen: “Anarchist kun je volgens mij nooit zijn zonder dat je veganist bent.” De internetter verklaar zich nader: “Geen mens boven de ander, geen mens boven de natuur.”

Dat de moord op Fortuyn sommigen meteen deed denken aan een anarchistische aanslag – het koelbloedig uitschakelen van machthebbers was onder anarchisten begin vorige eeuw een geliefd tijdverdrijf – wordt ineens een stuk minder vreemd. Vermoedelijk had ook Volkert van der G., die bepaald niet bekend stond om zijn belangstelling voor politiek-sociale stromingen, de connectie tussen veganisme en anarchisme gelegd. Bij de huiszoeking in Volkerts woning vond de politie niet alleen het radicale actieblad Bluf! (aartsvader: Wijnand Duyvendak, huidig GroenLinks-Kamerlid) maar ook anarchistische literatuur. Uiteraard bevatte die ook handzame tips voor het plegen van terreur.

Terug naar Wageningen, eind jaren tachtig. De studiejaren moeten voor Volkert geen gemakkelijke periode zijn geweest. In zijn verklaring lezen we: “Ik weet dat Robert Freriks heeft verklaard dat ik in 1990 een zelfmoordpoging heb gedaan en daarbij mijn polsen heb doorgesneden. Dat klopt. Ik heb toen kennelijk geen slagader geraakt. Het is ook juist dat een vriendin genaamd Monique mij toen naar de huisarts heeft gebracht. Ik was toen al ruim een jaar depressief.”

Maar ondanks zijn depressiviteit was Volkert op vele fronten actief. Behalve dat hij dus deelnam aan op z’n minst één van de acties bij de proefdierfokkerij, richtte hij de Wageningse tak van de actiegroep Lekker Dier op. Op 25 januari 1989 grendelde Lekker Dier, samen met de anti-vivisectiebond, met rollen prikkeldraad het Centrum voor Kleine Proefdieren van de Wageningen Universiteit af. In de kersttijd van ’89 demonstreerde hij in een bebloede witte jas voor de etalage van slagerij Henk Elings in de Wageningse binnenstad. De actie eindigde in een handgemeen met de slager. Volkerts latere geliefde Petra Lievense was redactrice van het blaadje van Lekker Dier. De taal in het blad was soms opruiend. In maart 1990 viel over reclamemakers voor poeliers te lezen: “Wanneer worden de boodschappers geslacht?”

Was de jonge Volkert van der G. zo monomaan dat hij zich beperkte tot dierenacties? Op het oog leek hij zich breder te oriënteren. Na de moord op Fortuyn vertelde Volkerts vroegere vriend en studiegenoot Frank van der Zee aan de pers dat Volkert mee¬deed met acties van De Ziedende Bintjes, een illegaal opererende Wageningse groep die proefveldjes met genetisch gemanipuleerde gewassen onklaar maakte en zo voor miljoenen guldens schade aanrichtte.

Maar Volkerts bemoeienissen met biotechnologie zouden wel degelijk kunnen zijn voortgekomen uit zijn obsessie met dieren. In het binnenkort te verschijnen boek Eco Nostra onthult Peter Siebelt dat ook Volkerts Lekker Dier acties ondernam tegen de biotechnologie. Eind november 1989 plakten dertig actievoerders van Lekker Dier alle ramen van een kloneringsbedrijf dicht. Kennelijk zagen dierenactivisten de opkomende gentechnologie als iets kwalijks.

De Ziedende Bintjes zouden nooit gepakt worden. Een infiltratiepoging door de BVD werd door GroenLinks Wageningen gefrustreerd. Zo konden de actievoerders in de illegaliteit blijven.

Maar er was sinds midden jaren tachtig ook een legale tak, de Kontaktgroep Biotechnologie, die bestond uit drie vrienden die aan de Wageningse universiteit studeerden: Vincent Lucassen, Huib de Vriend en Piet Schenkelaars. De toenmalige studenten (“Als je de Kontaktgroep Biotechnologie afkortte, kreeg je KGB – van die geintjes”) geven toe dat de acties van De Ziedende Bintjes hun publicitair zeer welkom waren, maar beweren dat ze de identiteit van de actievoerders niet kenden. Moeten we hen geloven? In 1991 vertelde Schenkelaars nog aan Intermediair dat hij wel wist wie De Ziedende Bintjes waren. In hetzelfde blad vergeleek De Vriend de verhouding tussen De Ziedende Bintjes en de Kontakgroep nog rustig met die ‘tussen de IRA en Sinn Fein’.

Bij de naam Volkert van der G. gaan er zeker ook geen belletjes rinkelen? Schenkelaars: “Nee, nee… ik heb het er vorige week nog met Huib over gehad, maar we kennen hem niet uit die tijd.” Goh. Terwijl er toch duidelijk raakpunten met Volkerts vriendenkring waren. Met de latere vriendin van Volkert, Petra Lievense, is Schenkelaars zelfs ‘weleens naar de bioscoop geweest’, hoewel ‘het verder niks werd’.

Schenkelaars: “Kijk, je had wel een vermoeden dat sommige mensen bij harde acties betrokken waren, maar ja, daar vroeg je maar niet naar. Wat niet weet wat niet deert. Dan kon je ook niet per ongeluk iets loslaten, mochten er instanties komen om daarnaar te vragen.”

Volgens Schenkelaars was hij zelf niet bij de acties van De Ziedende Bintjes betrokken; hij hield zich uitsluitend met de wetenschappelijke kant van de zaak bezig. Maar gold dat ook voor zijn maat Vincent Lucassen? Die zat destijds diep in de krakerswereld. Hij onderhield vanuit het Wageningse anarchistische (sic!) actiecentrum De Wilde Wereld – waarover straks meer – contacten met de krakersbolwerken in Amsterdam en Nijmegen, en voerde acties tegen Shell. “Nou en? Jullie zoeken naar verbanden die er niet zijn. Volkert heb ik nooit ontmoet.”

En wat vindt hij van de suggestie van een van onze bronnen in de Wageningse scene dat de Kontaktgroep de nummers van kavels van proefvelden doorgaf aan De Ziedende Bintjes? “Ik heb niets meer te melden. Ik stop dit gesprek.”

Ogenschijnlijk kwam aan het rommelige actiebestaan van Volkert een einde toen hij op 14 februari 1992 samen met Sjoerd van de Wouw in Wageningen de Vereniging Milieu-Offensief (VMO) oprichtte. Het doel van VMO was bezwaren in te dienen bij de Raad van State tegen aanvragen van milieuvergunningen door veehouders die hun bedrijf wilden uitbreiden. Daarbij had men twee aanknopingspunten: de juridische beperkingen ten aanzien van de ammoniakuitstoot ten gevolge van mest, en stankoverlast.

De oprichting vond plaats met behulp van de nu 63-jarige Arend Bosscher. Voor de Twentse afdeling van de Vereniging Milieu¬defensie deed Bosscher, die een lange loopbaan als technisch adviseur van de Verenigde Naties achter de rug had, sinds november 1991 hetzelfde werk. Hoewel het ook hem ‘voor zestig procent om dierenwelzijn ging’, ging hij volgens onze bronnen minder fanatiek en confronterend te werk dan Volkert.

Als een vriendschap wil Bosscher zijn relatie met Volkert en Sjoerd niet omschrijven. Eerder waren ze ‘goede collega’s’. Een keer per jaar ging het gezelschap ‘de hei op’ voor een ‘studieweekend’. Veel sprak Volkert dan niet. Bosscher herinnert zich dat ze altijd vegetarisch moesten eten. Niet tot zijn plezier. “En veganisme heb ik altijd waanzin gevonden.”

Had Volkert zijn ondergrondse bestaan afgezworen sinds hij bij VMO werkte? Of werd VMO gebruikt voor illegale activiteiten? Het lijkt sterk op dat laatste.
Zoals Ed Gubbels van proefdierfokkerij Harlan eind jaren tachtig al vermoedde dat gevoelige informatie via ‘nette’ organisaties als de Dierenbescherming uitlekte naar actievoerders van het Dierenbevrijdingsfront, zo bestaan er ook vermoedens over wat er ge¬beurde met de door VMO vergaarde informatie over veebedrijven. Wim Verhagen, woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Fokkers van Edelpelsdieren (NFE), zegt ‘altijd het gevoel te heb¬ben gehad’ dat de plattegronden van bedrijven die een milieuvergunning aanvroegen, werden gekopieerd door VMO en ge¬bruikt voor dierenacties, hoewel hij er geen hard bewijs voor heeft.

Volgens Verhagen was het op z’n minst verdacht dat VMO in het algemeen zoveel mogelijk plattegronden trachtte te bemachtigen, ook van veebedrijven die helemaal nog geen vergunningsaanvraag hadden lopen. Deze plattegronden bevatten nuttige informatie voor actievoerders. Er stond bijvoorbeeld op van welk materiaal de omheining was gemaakt, of er een alarminstallatie was, hoe ver het woonhuis zich van de stallen bevond, en gegevens over de achterkant van het bedrijf, waaruit kon worden afgeleid of een inbraak via die route mogelijk was.

Kennelijk heeft ook justitie bepaalde vermoedens gekoesterd. Bij de inval in het huis van Volkert stuitte de politie op ‘twee plattegronden van nertsfokkerijen waarop makkelijk door te knippen gaas is aangegeven, of een schutting waarover makkelijk via olievaten kan worden heen geklommen’. Volkert verklaarde het bezit ervan door te verwijzen naar zijn werk bij VMO. Maar de officier van justitie vond deze verklaring ‘volstrekt ongeloofwaardig’.
Een één-op-één-relatie tussen een bezwaarschrift van VMO en een dierenactie heeft justitie blijkbaar nooit kunnen aantonen. Dat was wellicht ook niet eenvoudig. De vaak kort op elkaar volgende acties vonden verspreid over de regio plaats, in verschillende politiedistricten. Daarentegen richtte VMO haar aandacht juist op specifieke plekken. Putten was bijvoorbeeld een favoriet werkterrein van Volkert. In die gemeente vonden over langere termijn bezien relatief veel harde acties plaats.

Ergens in de jaren negentig moet Volkert besloten hebben een pistool aan te schaffen. Een nieuwe stap in zijn voortgaande radicalisering. De vraag is alleen: wanneer heeft hij het wapen nu precies gekocht?

In zijn verklaring tegenover de rechter-commissaris lijkt Van der G. nogal om het tijdstip van aanschaf heen te draaien. Aanvankelijk heeft hij het over ‘eind jaren negentig’, maar als de rechter-commissaris zijn geheugen opfrist – kennelijk weet justitie meer – blijkt het ergens in 1996 of 1997 te zijn geweest. Het uiteindelijke moordwapen zou zijn aangeschaft, zo stelt Van der G. dan, uit angst voor aanslagen door boeren.

Rijkelijk laat, want al vanaf 1993 sprak Van der G. in de media over bedreigingen door boeren die door VMO werden aangepakt. Maar opmerkelijk genoeg zegt VMO-oprichter Arend Bosscher dat Volkert daar nooit met hem over heeft gesproken. Kennelijk was het in de praktijk dus ook weer niet zó’n groot probleem. “Ik trad zelf ook weleens op in van die rokerige achterafzaaltjes op het platteland om ons werk uit te leggen, maar heb nooit enige agressie van boeren ondervonden. Dat moet ik ze nageven.”

Dat Volkert wegens de vermeende boerenbedreigingen tot de aanschaf van een vuurwapen zou zijn overgegaan, zoals hij zelf in zijn verklaring beweert, noemt Bosscher ‘absurd’. Ook andere betrokkenen kunnen zich niet voorstellen dat Volkert om die reden zijn pistool aanschafte. “Alleen al omdat je je toch moeilijk kunt voorstellen dat Volkert dat pistool voortdurend bij zich had wanneer hij de gemeenten op de Veluwe afreisde.” Journalist Henk van Ess, die voor het Utrecht Nieuwsblad onderzoek deed naar VMO, meent dat er geen sprake was van ‘levensbedreigingen’ aan het adres van Volkert.

Kortom, het lijkt erop dat Volkert de bedreigingen aandikte om het bezit van zijn pistool te verklaren. Maar waar had hij dit vuurwapen in 1996/1997 dan wel voor nodig? De toen nog vrij onbekende Fortuyn zou hij er pas vele jaren later mee doodschieten.

Volkert richtte zich met name op de kleine gemeenten in Utrecht en Gelderland, en dan weer in het bijzonder op de kleinere veehouders, waar de kansen op foutjes in de aanvragen het grootst waren. In dit opzicht opereerde VMO net als het Dierenbevrijdingsfront. In de handleiding van het DBF staat: “Wanneer je doelwitten kiest die al enigszins verzwakt zijn, dan kun je ervan uitgaan dat deze bedrijven nog verder de problemen in gedrukt worden.” Woordvoerder van de pelsdierfokkers Wim Verhagen vertelt dat activisten juist kleinere pelsdierfokkerijen van oudere mensen aanvallen, omdat die zich geen dure beveiligingsmaatregelen kunnen veroorloven.

Maakte Volkert inderdaad deel uit van het Dierenbevrijdingsfront? We hebben nog een aanwijzing gevonden. Bij een pelsdierhouder op de Veluwe – omdat hij bang is voor represailles wil hij anoniem blijven – werd in 1999 in korte tijd twee maal ingebroken door dierenactivisten. Omdat de eerste actie mislukte, kwamen ze terug. “De tweede keer werden tientallen drachtige dieren losgelaten. Daarvan zijn er heel wat doodgereden.” De ‘dierenbevrijders’ maakten zich bekend als de Barry Horne-brigade, een cel van het Dierenbevrijdingsfront.

Barry Horne was een Britse activist die werd veroordeeld voor het voeren van acties namens het Animal Liberation Front. In november 2001 stierf hij op 49-jarige leeftijd in de gevangenis na zijn vierde hongerstaking. De hongerstakingen waren een protest tegen de ‘misdadige behandeling’ van dieren onder het Britse ‘regime’. In kringen van dierenrechtenactivisten wordt Horne als een martelaar gezien. Op internet is de link tussen Volkert, die ook in hongerstaking ging, en Horne al veelvuldig gelegd.

De pelsdierhouder vertelt: “Ik heb altijd vermoed dat Volkert iets met de aanslagen te maken had. Vanwege zijn fanatisme. Volkert was gebrand op de intensieve veehouderij.” Tegen uitbreidingsplannen van koeienbedrijven maakte hij zelden bezwaar, terwijl die toch veel vervuiling veroorzaken. Het ging hem om het lot van in kleine kooien opgesloten dieren. De pelsdierhouder: “Hij misbruikte de milieuwetgeving voor zijn dierenrechtenactivisme. Ik heb diverse keren met VMO te maken gehad. Als je een uitbreidingsvergunning wilde, tekende Volkert bij de gemeente bezwaar aan op grond van wel vijftig, soms pietluttige, punten. Wanneer de gemeente dan een punt vergat te behandelen, ging zij nat. En kreeg Volkert zijn zin.”

Na de moord op Fortuyn heeft de recherche uitgebreid met de pelsdierhouder gesproken. “Men vertelde mij toen,” onthult hij, “dat Volkert Barry Horne ooit in Engeland had bezocht.” Hetgeen opmerkelijk genoeg noch in Volkerts verklaring noch in het requisitoir van de officier van justitie stond vermeld.
VMO, gevestigd in een statig pand aan een Wageningse singel, groeide uit tot een bezwarenmachine die in 1998 al 2100 bezwaarschriften had ingediend. Er werd bezwaar gemaakt tegen één op de vier milieuvergunningen, en als het tot een rechtszaak kwam, viel die bijna altijd in het voordeel van VMO uit. De veehouders konden onder de rechtszaken uitkomen als ze voor tienduizenden guldens aan ammoniakrechten opkochten bij andere veehouders. Die manier van handelen was controversieel. Sommigen zagen het als een vorm van chantage.

In elk geval was er voldoende reden voor de overheid onderzoek te verrichten naar de ammoniakdeals die VMO sloot. Er bleek niets illegaals aan de hand. Maar de verantwoordelijke ambtenaar van een milieu-inspectiedienst schrok gaande het onderzoek wel van het grenzeloze fanatisme van Volkert, vertelt journalist Henk van Ess van het Utrechts Nieuwsblad. “Deze man is het type moordenaar,” zou de ambtenaar zich off the record tegenover hem hebben laten ontvallen.

Kennelijk had de ambtenaar profetische gaven. Maar was Fortuyn het eerste slachtoffer?

In december 1996, vlak voor kerst, werd op het landgoed Wena tussen Epe en Nunspeet milieuambtenaar Chris van der Werken vermoord. De ambtenaar van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe was in de regio verantwoordelijk voor de behandeling van vergunningen en bezwaarschriften. In die hoedanigheid had hij geregeld met Volkert van der G. te maken.

Hoewel er volop geruchten waren dat de dader in ‘de milieuhoek’ moest worden gezocht, werd de moord op Van der Werken niet opgelost. In 1997 werd het onderzoek gesloten.

Achteraf gezien vertoont de liquidatie van Van der Werken, die volgens een familielid ‘verder geen vijanden had’, opvallende parallellen met de moord op Fortuyn. Beiden werden op klaarlichte dag vermoord. En beiden werden in de rug (en Fortuyn ook in de nek) geschoten. Uit Volkerts verklaring blijkt dat dit in het geval van Fortuyn een bewuste keuze was geweest: “Het was mijn bedoeling Fortuyn niet onnodig te laten lijden. Van achteren zou ik hem direct dodelijk kunnen verwonden.” Je moet het maar net weten.

Velen hebben zich verwonderd over de koelbloedigheid waarmee Volkert op 6 mei heeft geopereerd. De moordenaar leek er vast van overtuigd dat hij er (letterlijk) mee weg zou komen. Zou hij dit uit eerdere ervaring hebben geleerd?

Volgens De Telegraaf zou het niet hebben geboterd tussen Van der Werken en de onbuigzame Van der G. Ook uit een andere bron weten we dat Volkert en Van der Werken elkaar tijdens vergaderingen voortdurend verbaal te lijf gingen. Volkert was in 1996 bewust buiten een vergadering met milieugroepen over een ammoniak-reductieplan gehouden. De aantekening ‘Volkert niet uitnodigen’ zou afkomstig zijn geweest van Van der Werken.

Wellicht was Volkert hier achter gekomen en had dit zijn woede op¬gewekt. Van der G. had altijd al het gevoel gehad dat ‘de autoriteiten’ op de hand van de boeren waren, en dat ‘corrupte’ ambtenaren een oogje toeknepen als het de naleving van milieuregels be¬trof. Dit was, zo vertelde Arend Bosscher ons, zelfs een belangrijke reden voor de oprichting van VMO geweest. Dat VMO nu bui¬ten het groene polderoverleg werd gehouden, moet de steile Volkert als een onvergeeflijke inbreuk op de spelregels hebben ervaren.

Na de moord op Fortuyn heropende de politie de zaak-Van der Werken. Een getuige zou Volkert enkele dagen na de aanslag op het landgoed hebben gezien. Uit ballistisch onderzoek is echter gebleken dat het pistool waarmee de milieuambtenaar werd omgelegd, niet het moordwapen was dat Fortuyn fataal werd. Op zich zegt dat weinig: hij kan een ander pistool hebben aangeschaft. Zeker is wel dat het om bijzondere kogels ging die in beide pistolen pasten.
Hoe het inmiddels met de zaak-Van der Werken staat, is onduidelijk. Maar dat Volkert ook destijds al voor in het kaartenbakje met verdachten moet hebben gezeten, blijkt uit een opmerkelijk telefoongesprek dat wij met de zwager van Van der Werken voerden. Nog voordat de media een verband legden tussen de aanslag op Fortuyn en de moord op Van der Werken, belden inspecteurs van de politie Noord- en Oost-Gelderland de weduwe van de milieuambtenaar met de mededeling dat ‘de moordenaar van Fortuyn dezelfde Volkert is’, aldus de zwager.

Het fanatisme van Volkert zal een karaktertrek zijn, maar is ook ideologisch gevoed. In zijn verklaring komt twee keer een verwijzing voor naar het boek Animal Liberation van de ethicus Peter Singer. Dit boek is de bijbel van de dierenbevrijders. Ook Volkert las het. Hij zei in de verklaring: “Ik weet dat daarin wordt gesproken over de gelijkwaardigheid van mensen en andere dieren. Als mij wordt voorgehouden dat in het voorwoord in dat boek wordt gesproken over het bereiken van doelen op geweldloze wijze, dan zeg ik daarop dat ik niet geweldloos heb gehandeld. Wat is geweld? Geweld is een diffuus begrip en het gebruik ervan is ook niet altijd onjuist.”

Het staat er nogal gortdroog. Maar het bewuste boek van Peter Singer is dat allerminst. Dat bevat een dramatische opsomming van de gruwelijke martelingen die dieren moeten ondergaan tijdens dierproeven en in de bioindustrie. Je lust even geen karbonaadje meer als je dat allemaal hebt gelezen. Singer trekt vergelijkingen met de Holocaust, maar vooral met de slavernij. Hij doet dus een sterk emotioneel en moreel appèl, en wie daar gevoelig voor is, zal er misschien niet zo heel erg tegen opzien om in het licht van die grote bevrijdingsstrijd ook een in de weg lopend mens om te leggen.
We weten niet waar dierenactivisten hun plannetjes smeden. Maar een belangrijke locatie waar sympathisanten van het dierenactiewezen elkaar ontmoeten, is het voormalige Wageningse meisjesinternaat De Wilde Wereld; ‘een pand in zelfbeheer’ van sombere bakstenen waarin zich tientallen alternatievelingen hebben verschanst.

Het hier gevestigde Politieke Infocentrum organiseert avondjes waarop bijvoorbeeld het werk van Peter Singer wordt besproken met de verhitte humorloosheid die past bij elke sekte. In het anarchistisch getinte krantje WUR (Wageningen Underground Resistance) van het Politiek Infocentrum valt sinds de moord op Fortuyn altijd wel iets te lezen over Volkert en het dierenactivisme. De lezers wordt keer op keer verzocht solidariteitskaartjes te sturen naar Volkert in de Bijlmerbajes. En naar een andere icoon: de in België vastzittende dierenactivist Geert Waegemans. De belangstelling van de pers voor Volkert en Wageningen wordt in WUR omschreven als ‘een hetze tegen links’. “Ons advies: vooral niet kletsen hierover met journalisten!” Ook het ‘radikaal eko-aktienetwerk’ GroenFront! krijgt in WUR veel steunartikelen.
Enkele dagen na de moord op Fortuyn werd de pro-Volkert-houding in WUR wel heel cynisch geuit. Toen viel er te lezen: “Na het fortuinlijk mikwerk ons aller V. barstten er her en der in de stad straatfeesten uit, zoals in de verschillende bolwerken.” En: “Toen kwam de pers die we zo formidabel om de tuin hebben weten te leiden, overal doken ze op en iedereen hield de lach goed verborgen.” Humor? Daar dacht Wageningse Universiteit en ReZoekcentrum, ook afgekort als WUR, anders over. Het kwam tot een strafzaak, omdat de naam van de website van WUR, www.wur.info, zou doen vermoeden dat de universiteit zelf een hand had gehad in deze onsmakelijk pro-Volkert-propaganda. De universiteit verloor die zaak echter, omdat er geen persoon aan de WUR-site gekoppeld zou kunnen worden.

Erg doortastend lijkt justitie hier niet te werk te zijn gegaan. Al snel vonden wij bijvoorbeeld op internet een protestbrief over een Wageningse vastgoednota, die op 15 maart 2002 werd ondertekend met: “Fransel Maas, namens wur.info. (gebruiker van de Wilde Wereld).” Fransel Maas is lid van de linkse Boergroep, die nota bene door de Wageningen Universiteit wordt gesubsidieerd. Een bron in Wageningen oppert dat justitie de website waarschijnlijk liever in de lucht houdt, omdat er welkome informatie op verschijnt over het actienetwerk van Volkert.

In de Wageningse actiescene wordt er wel meer in de WUR-stijl over de moord op Fortuyn gedacht. Zo hield GroenLinks Wageningen op de dag na de moord een crisisoverleg. Alle lokale kopstukken waren die avond aanwezig. En opmerkelijk genoeg ook enkele radicale kameraden van Volkert.

Getuigen vertellen ons dat Jeroen Breekveldt, van de anarchistisch getinte Werkplaats Linkse Analyse Biopolitiek (ook opererend vanuit De Wilde Wereld), die avond vertelde de gedachten van Fortuyn dermate verwerpelijk te vinden, dat hij ‘geen traan liet om de moord’. Activiste Judith Scheltema, ook van De Wilde Wereld en bevriend met Volkert en Petra, wilde de moord niet veroordelen voordat ze het verhaal van Volkert zelf had gehoord. Niemand onder de verzamelde GroenLinksers zag in die uitspraken aanleiding om deze extreme figuren de deur te wijzen. Men protesteerde niet eens.

Uit ons verhaal moge duidelijk zijn geworden dat het motief van Volkert wel degelijk gelegen was in het bestrijden van dierenleed. Sterker, hij was een dierenactivist in hart en nieren. Dat het justitie tot dusverrre niet is gelukt hem ook daarvoor voor de rechter te slepen, mag men gerust onthutsend noemen.

Voor Henk Doeland, de projectleider van het rechercheteam in de zaak-Van der G., moet het oordeel van de Amsterdamse rechtbank dat de verdachte handelde uit zorg over ‘kwetsbare groepen’ frustrerend zijn geweest. Twee weken geleden gaf hij een interview aan het vakblad Recherche Magazine. Hoogst ongewoon voor een betrokken politieman, zeker gezien het feit dat de zaak nog ‘onder de rechter’ is. Onomwonden sprak Doeland: “Volgens mij had hij niet een politieke overtuiging. Hij gaf om dieren, dat was het.”

Geplaatst in Volkert van der Graaf

Raadsels rond het Volkert-proces

Raadsels rond het Volkert-proces

Stan de Jong & Joost Niemöller 1

Het vonnis in de zaak-Van der G. riep meer vragen op dan het beantwoordde. Want de belangrijkste kwestie kwam niet aan de orde: wat was nu precies Volkerts motief? Waarom dierenwelzijn en milieuactivisme per se buiten schot moesten blijven.

Iedereen keerde tevreden huiswaarts. Dat was de teneur in de berichtgeving nadat vorige week vrijdag het Amsterdamse gerechtshof uitspraak had gedaan in de zaak-Van der G. Volkert kon opgelucht ademhalen, omdat hij opnieuw achttien jaar gevangenisstraf kreeg, hoewel het van zijn advocaten, Britta Böhler c.s., nog wel een onsje minder had gemogen. En de Fortuyn-aanhang was tevreden omdat in hoger beroep eindelijk was erkend dat de moord op Fortuyn een ‘politieke moord’ was, die het verkiezingsproces in mei vorig jaar ‘onherstelbaar’ had beschadigd. Natuurlijk, men had liever levenslang gezien, maar Marten Fortuyn, de broer van Pim, sprak toch van ‘een weloverwogen vonnis’.

Hoewel het er dus op leek dat de rechter de ‘gulden snede’ had gevonden om alle partijen tevreden te stellen, mocht Martens conclusie wonderlijk heten. Het vonnis riep voor de neutrale buitenstaander meer vragen op dan het beantwoordde. Over de rol van de media bijvoorbeeld. Zonder man en paard te noemen, kregen die onder uit de zak van voorzittend raadsheer mr J.M.J. Chorus. “Publicaties evenwel in de media van onbewezen aantijgingen en onjuistheden over verdachtes levensloop zoals voornoemd zijn in dit kader onaanvaardbaar en aannemelijk is dat de verdachte erdoor is geschaad. In zoverre kan deze publiciteit meewegen bij de strafoplegging.”

Hoe de rechter tot het oordeel kwam dat de publiciteit Volkert schade had berokkend, werd niet duidelijk. Je zou kunnen zeggen dat het eindresultaat voor de verdachte bepaald niet slecht was. In eerste aanleg had de rechtbank immers ook al achttien jaar gevangenisstraf opgelegd, terwijl levenslang, mede gezien het inmiddels erkende ‘recidivegevaar’, zeer wel mogelijk was geweest.
Ook diverse politici, die zich, evenals publicist en rechtsfilosoof Paul Cliteur (hij sprak van ‘een decadent vonnis’), ontevreden hadden getoond over het milde oordeel van de rechtbank in eerste aanleg, werden door het hof gegispt. Waarmee deze kritikasters onbewust het tegenovergestelde hadden bereikt van wat zij beoogden. Moeten zij in het vervolg hun mond houden? Omdat anders verdachten na kritiek misschien helemaal hun straf ontlopen?
Raadselachtig.

Maar het belangrijkste waaraan het in het vonnis schortte, was nog iets anders. Tijdens het proces is helemaal geen bevredigend antwoord gekomen op de vraag: waaróm haalde Volkert de trekker over?

In het strafrecht is het motief van groot belang. Het ‘waarom’ bepaalt mede de strafmaat. Een voorbeeld dat Volkerts advocaten in hun pleitnota noemden, kan dit verduidelijken: “Zo beoordelen wij de diefstal van medicijnen voor een ziek kind anders dan de diefstal van medicijnen met het doel deze op de zwarte markt te verkopen.”

Het motief kan dus strafverhogend of strafverlagend werken. Daarom wordt er door de rechter doorgaans veel aandacht aan besteed. Men kan wel stellen dat hij verplicht is hiernaar gedegen onderzoek te verrichten, en zijn uiteindelijke oordeel over het ‘waarom’ goed te motiveren. Maar waar het Amsterdamse hof zo uitputtend inging op relatieve bijzaken als de uitlatingen van politici en de berichtgeving in de media, komt het motief er met een alinea bekaaid van af. En wat zei de rechter nu precies?

“De verdachte zag in dit slachtoffer en diens gedachtegoed een gevaar voor de democratische samenleving en in het bijzonder voor de zwakkeren in deze samenleving. Het hof heeft de overtuiging bekomen dat het motief van de verdachte, althans de drijfveer om te handelen zoals hij heeft gedaan, in de persoon of de persoonlijkheid van de verdachte moet worden gevonden. Zoals hierboven al is overwogen, sluit het hof niet uit dat er een verband bestaat tussen de bij de verdachte aanwezige stoornis en het plegen van de moord op dr. Fortuyn.”

Pardon? Dit is wel heel cryptisch geformuleerd. Mogen we het in onze eigen woorden samenvatten? Volkert maakte zich zorgen over Fortuyns opvattingen over de zwakken in de samenleving, én hij is een beetje van lotje getikt. In die magische formule moet ergens het motief worden gezocht.

Alleen geeft de rechter niet aan hoe hij tot dit oordeel komt. Evenmin meldt hij expliciet of dit motief strafverhogend dan wel strafverlagend werkt. Vindt hij dat Volkerts zorg over de zwakken in de samenleving oprecht was? En dat Fortuyn voor die groepen bedreigend was?

Maar het vreemdst van alles is dat er in het vonnis met geen woord is gerept van dierenwelzijn. Lag daarin niet het werkelijke motief van Volkert verscholen?

De vraag naar het motief heeft bepaald een wonderbaarlijke weg afgelegd in dit strafproces. Aanvankelijk lagen de zaken nog wel zo helder. Er waren twee mogelijkheden: Volkert moordde uit zorg voor de zwakkeren (stelde de verdediging) of uit zorg over Fortuyns opvattingen over dierenwelzijn (stelde justitie). Volkerts advocaten draaiden er niet omheen waarom men op de lijn van de ‘zwakkeren’ ging zitten. Hier moest de nobele, dus strafverlagende, beweegreden van de dader worden gevonden. “De centrale drijfveer voor de aanslag is voortgekomen uit de oprechte – en door velen gedeelde – bezorgdheid over de denkbeelden van Fortuyn en de gevolgen die deze denkbeelden naar de overtuiging van Volkert van der G. zouden hebben voor de samenleving.”

Aldus bekeken was Volkert de redder des vaderlands. Misschien was een beloning voor de verdachte wat overdreven, maar zo iemand hoort in elk geval geen levenslang te krijgen.

Justitie had echter een heel andere opvatting over het motief. “Ten eerste,” zo sprak officier van justitie mr ¬J. Plooy in april, “zijn (meer politieke) afkeer van de opvattingen van Fortuyn over de kwetsbare milieu- en dierenbelangen die Volkert zelf al zoveel jaren met tomeloze inzet verdedigde. En ten tweede zijn (meer persoonlijke) afkeer van de ijdele, op macht gerichte, en verbaal krachtige manier waarop Fortuyn zijn opvattingen in politiek wilde en ook leek te gaan omzetten.”

Dat justitie de nadruk op het milieu en de dieren legde, was niet zomaar een slag in de lucht. Niemand in Volkerts omgeving had hem ooit over iets anders dan dat horen spreken. Enige politieke interesse had hij nooit getoond. Voor zover de verdachte iets tegen Fortuyns denkbeelden had, zo opperde een vriend tegenover justitie, zouden dat diens opvattingen over de bontindustrie moeten betreffen. “Ik kan me voorstellen dat Volkert daar flink van over de rooie ging.” In de telefoongesprekken die Volkert voerde vanuit de Bijlmerbajes, draaide het eigenlijk om maar één onderwerp: de aandacht die de dierenrechten kregen sinds 6 mei.

Misschien, zo suggereerde de officier van justitie, ging Volkerts passie voor de beestjes zelfs een stuk verder dan het juridisch doorvlooien van mestvergunningen. Hoewel hij in zijn requisitoir het woord opvallend meed, leek alles erop te wijzen dat Van der G. een dierenactivist was. Een belangrijke aanwijzing daarvoor waren de in zijn woning gevonden plattegronden van nertsfokkerijen waarop, aldus de officier van justitie, ‘makkelijk door te knippen gaas is aangegeven, of een schutting waarover makkelijk via olievaten kan worden heen geklommen’. En dan waren er nog de in Volkerts schuurtje aangetroffen condooms met chemicaliën en het daarbij behorend mechanisme om brand te stichten. Spulletjes die men normaliter niet in huis heeft om iets voor asielzoekers, WAO’ers en andere ‘kwetsbare groepen’ te betekenen.
Nee, eigenlijk was er maar één bron te vinden voor het ‘motief’ dat de verdediging aanvoerde: de verklaring van Volkert zelf. Maar ja, die hoefde niet al te serieus te worden genomen, vond justitie. De verdachte had immers zelf in een brief aan zijn vriendin Petra aangegeven dat wat hij verklaarde ‘niet noodzakelijkerwijs de waarheid’ hoefde te zijn, maar ‘functioneel’. In dit geval betekende dat: leid de rechter naar een zo nobel mogelijk, voor iedereen begrijpelijk motief. Want voor een moord in naam van alle zwakken is nu eenmaal wat makkelijker begrip op te brengen dan voor een moord in naam van de woelmuis, de legkip en het pelsdiertje.

Dat het nogal doorzichtige opzetje van de verdediging slaagde, wekte veel verwondering. De Amsterdamse rechtbank nam het motief van de ‘zwakkeren’ over, hoewel ook deze rechters hun keuze niet motiveerden. Tot ingetogen woede van de projectleider van het onderzoeksteam naar de moord op Fortuyn, Henk Doeland, die – een unicum – nog gaande de rechtsgang enkele maanden later zijn beklag deed in Recherche Magazine. Doelands conclusie: “Volgens mij had hij niet een politieke overtuiging. Hij gaf om dieren, dat was het.”

Maar goed. Rechters kunnen een faux pas maken. In hoger beroep, zo verwachtten velen, zou de fout wel worden hersteld. De ijzersterke argumenten van het Openbaar Ministerie spraken voor zich. En toen gebeurde er iets merkwaardigs. Tijdens het hoger beroep, dat vanaf 1 juli in ‘de bunker’ in Amsterdam-Osdorp diende, verdwenen de dieren plotseling als onderwerp. De raadsheren van het hof leken er nauwelijks belangstelling voor te hebben en – nog vreemder – het OM ook niet meer.

Sterker, in haar requisitoir wees advocaat-generaal mr I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, die de zaak van officier van justitie Plooy had overgenomen, dierenwelzijn als motief voor de moord expliciet af. Hoewel ook de advocaat-generaal stelde dat het door Volkert zelf opgegeven motief eveneens ongeloofwaardig was. Over dat dierenwelzijn: “Als dit al het ware motief was, kan dit nimmer een extreme actie als deze rechtvaardigen. Bovendien stonden andere, eerder met name op dit terrein succesvol beproefde wegen open.”

Ze ging verder: “Maar ook in dit motief kan men nauwelijks geloven. Zeker als men verdachte wil zien als een tot het uiterste getergde milieufanaat, is hij volstrekt ongeloofwaardig als gedreven overtuigingsdader mede gelet op zijn houding na de daad.”

Waar doelde de advocaat-generaal op? Ze legde het niet uit, maar vervolgde in een stream of consciousness: “Ook uit in het Huis van Bewaring opgenomen telefoongesprekken valt op te maken dat het ware motief niet, althans niet uitsluitend ligt in zijn milieu-achtergrond.”

Hé, hoe hebben we het nu? Die telefoongesprekken, de advocaat-generaal schrijft het nota bene zelf op, gingen toch juist over de dierenrechtensituatie na 6 mei? Maar zij lijkt te suggereren dat de hyperintelligente Volkert de autoriteiten zand in de ogen strooide door nadrukkelijk de dierenrechten ter sprake te brengen. Dat zou echter onlogisch zijn. Want als misleiding het doel van Volkert was, zou hij in zijn gesprekken wel opzettelijk zijn begonnen over datgene wat voor hem zo ‘functioneel’ was: de zwakkeren in de samenleving. Die hem immers een nobel motief verschaften.

Wat was volgens justitie dan eigenlijk wel het motief van Volkert? Welnu, zo sprak de advocaat-generaal deemoedig, dat weten we niet. Iets duisters, iets schimmigs. Besloten in zijn karakter. Wellicht. En zo verdwenen op mysterieuze wijze de dieren uit het strafproces tegen de moordenaar van Fortuyn.
Dan rijst natuurlijk wel de vraag: waarom meende justitie dan dat sprake was van een ‘politieke moord’? Dat een politicus is vermoord, is voor het gebruik van die term niet voldoende. Er zijn zoveel redenen denkbaar om een politicus te vermoorden. Om geld. Omdat hij zijn auto verkeerd heeft geparkeerd. Een crime passionnel. Alleen de beweegredenen van de dader kunnen uitmaken of het een politieke moord is. En dat waren in dit geval toch werkelijk de ruimhartige opvattingen van Fortuyn over de pelsdierhouderij, de intensieve veehouderij en de verpesting van het milieu in brede zin.

Al met al lijkt het dat de onderwerpen milieu en dierenwelzijn justitie zwaar op de maag liggen. Dat vermoeden wordt gevoed door een andere zaak, die vorige week een opmerkelijke wending kreeg. Het gaat om de nooit opgehelderde moord op milieuambtenaar Chris van de Werken, die op 22 december 1996 in de bossen bij Epe op klaarlichte dag in de rug werd geschoten. Een¬ liquidatie die, zoals HP/De Tijd eerder schreef, parallellen vertoont met de wijze waarop Van der G. Fortuyn omlegde. Uit Volkerts verklaring: “Het was mijn bedoeling Fortuyn niet onnodig te laten lijden. Van achteren zou ik hem direct dodelijk kunnen verwonden.” Daar sprak enige ervarenheid uit.

Van de Werken en Van der G. kenden elkaar goed. De ambtenaar was verantwoordelijk voor het milieubeleid in het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe. In die hoedanigheid had hij hoog oplopende confrontaties met de fanatieke Van der G., die voor de Vereniging Milieu Offensief (VMO) werkte. Volgens ¬Volkert was Van de Werken te veel op de hand van de boeren.

Hoewel er destijds geruchten waren dat de dader in ‘de milieuhoek’ moest worden gezocht, leverde het onderzoek door de recherche Noord- en Oost-Gelderland niets op. In 1997 werd het onderzoek gesloten. Volkert zou nog wel als getuige zijn gehoord, aldus het actualiteitenprogramma Twee Vandaag, dat vorige week een uitzending aan de zaak wijdde. Tijdens dit gesprek met de politie vertelde hij, in antwoord op een routinevraag, dat hij die bewuste dag ‘op zijn werk en daarna thuis’ was geweest. Vermoedelijk is dit alibi nooit gecheckt. Dat deze saaie vergunningenaanvechter in staat zou zijn tot moord – daaraan dacht niemand in die tijd.

Maar dat veranderde, en nogal radicaal, toen op 6 mei 2002 Pim Fortuyn werd doodgeschoten. Na het bekendmaken van de naam van de verdachte, gingen bij de rechercheurs die destijds de zaak-Van de Werken hadden onderzocht alle alarmbellen rinkelen. Ook in de kennissen- en familiekring van Van de Werken werd nog maar aan één persoon gedacht: Volkert van der G.
Justitie heropende het onderzoek. In de zaak-Fortuyn moesten immers alle mogelijke dwars- en zijstraten tot op de bodem worden nagelopen. Al was het maar om de hevig rondzingende ‘complottheorieën’ in de kiem te smoren. Maar kennelijk had justitie niet al te lang speurwerk nodig om te concluderen dat Van der G. niets met de moord op de Nunspeetse milieuambtenaar te maken had. Al in juni/juli dat jaar zou het Openbaar Ministerie de zaak formeel hebben gesloten. Er was geen aanleiding meer Volkert van de moord op Van de Werken te verdenken.

Alleen, daar dachten de rechercheurs die het onderzoek verrichtten duidelijk anders over, bleek uit de uitzending van Twee Vandaag. In weerwil van justitie zouden de Gelderse politiemensen nog tot november zijn doorgegaan met hun onderzoek. Overtuigd als ze waren dat Volkert de dader was. Een overtuiging die ze nog steeds koesteren.

In een reactie op deze onthullingen moest het parket in Zutphen tegenover Twee Vandaag bevestigen dat ‘niet valt uit te sluiten’ dat Volkert toch de moordenaar van Van de Werken is.

Maar waarom werd de zaak dan gesloten? De rechercheurs beklaagden zich in het programma over het feit dat zij nooit in de gelegenheid waren gesteld Volkert aan de tand te voelen. Dan hadden zij bijvoorbeeld nog eens naar zijn alibi kunnen informeren, om dit vervolgens na te trekken. Maar van wie mocht dit dan niet? Duidelijkheid werd hierover in de uitzending niet gegeven, maar het is niet erg logisch dat de leiding van het rechercheteam een ondervraging van Volkert blokkeerde. Immers, in Recherche Magazine had onderzoeksleider Doeland nog zijn wrevel uitgesproken dat alle linken naar Volkerts milieu en dierenactivisme door de rechter waren weggepoetst. Logischer is het dus dat justitie de blokkade opwierp.

Inmiddels vindt een meerderheid in de Tweede Kamer dat het onderzoek naar de moord op Van de Werken moet worden heropend. Woordvoerder Wim van de Camp (CDA) ging nog een stapje verder. In een vervolguitzending van Twee Vandaag zei hij het logisch te vinden dat de dwarsverbanden tussen Volkert en de milieubeweging werden blootgelegd.

Het zijn uitstekende suggesties, maar ja, ze komen wel erg laat. Inmiddels is Volkert al door twee instanties veroordeeld. Of de Hoge Raad er nog aan te pas komt, is twijfelachtig. Wie zou daar iets bij te winnen hebben? Volkert in elk geval niet. Het risico dat de Hoge Raad de zaak terugverwijst naar een ander hof, wil hij vast niet lopen. Niet alleen omdat hij tevreden is met de achttien jaar die de Amsterdamse rechters hem oplegden; ook omdat hij niet het gevaar wil lopen dat hem nog een andere moord in de schoenen wordt geschoven. Want dan wordt het zeker levenslang.

Hoe gek het ook klinkt, justitie heeft evenmin belang bij het instellen van cassatie bij de Hoge Raad. Op het oog zou het een gouden kans zijn voor justitie de zaak-Van de Werken in een nieuw proces mee te nemen. Alleen zou dan de terechte vraag worden gesteld: hoe kan het dat jullie hem niet één, maar twee keer hebben laten wegglippen voor de moord op de milieuambtenaar?

En niet alleen dat. Het falen van politie en justitie in het opsporen en vervolgen van dierenactivisten zou dan in een wel heel schril licht komen te staan. De nooit opgeloste moord op Van de Werken past immers in een twintig jaar durende reeks van brandstichtingen, bedreigingen en vernielingen bij pelsdierfokkerijen, kippenfarms en proefdiercentra. Slechts vier dierenactivisten werden hiervoor opgespoord en berecht. Een opvallend contrast met de gedrevenheid die justitie bijvoorbeeld tentoonspreidt als het gaat om het voor de rechter brengen van rechts-radicale elementen.

Zou het maskeren van het eigen onvermogen ook al een rol hebben gespeeld tijdens het hoger beroep dat vorige week in Amsterdam diende? Het zou in ieder geval verklaren waarom justitie zo’n vreemde draai maakte waar het ging om het duiden van Volkerts motief. In eerste aanleg was immers officier van justitie mr Plooy nog vrij helder over Volkerts beweegredenen, die gezocht moesten worden in diens dierenliefde. Hoewel ook hij de expliciete benaming ‘dierenactivist’ niet in de mond durfde te nemen. Maar misschien ging hij al te ver in de ogen van zijn confrères.

Een proces waarin het onderwerp dieren en dierenactivisme de boventoon voert, zou er bovendien weleens heel anders hebben kunnen uitzien. Dan waren getuigen gehoord uit Volkerts ‘dierenactivistenwereldje’, die mogelijk ook actief zijn in als keurig bekendstaande clubs die zich inzetten voor milieu en dierenwelzijn of in politieke partijen.

Een gevoelig scenario. Hoe zou het publiek zoiets opvatten? Dierenwelzijn is een politiek gevoelig onderwerp. Sommige politieke partijen hebben er nu eenmaal meer affiniteit mee dan andere. Gaat de geest dan niet uit de fles? En wil justitie die er maar liever in houden om de bekende onderbuikgevoelens te voorkomen? Het is geen schande dat de justitiële autoriteiten daar op zich niet op zitten te wachten. Alleen kan men zich afvragen of dit reden mag zijn de waarheid te verhullen.

Zo deelden twee partijen in het proces-Fortuyn ineens eenzelfde belang: het wegmoffelen van Volkerts ware motief. De verdachte omdat hij per se wilde vasthouden aan het voor hem gunstige, lees: strafverminderende, motief dat hij de moord zou hebben gepleegd wegens diepe zorgen over de zwakken in de samenleving. Justitie wegens dreigend gezichtsverlies.

En de rechters? Ach, die hebben al helemaal geen trek in strafprocessen waarin ze de politieke motieven van een verdachte moeten wikken en wegen, en op zijn morele merites beoordelen. Politiek is politiek – rechtspraak is rechtspraak. En zo bleef het vooralsnog rustig in het land.

Geplaatst in Volkert van der Graaf

Volkert van der Graaf krijgt 18 jaar cel

Op 6 mei 2002 werd de politicus Pim Fortuyn, lijsttrekker van de LPF bij de verkiezingen van 15 mei 2002, dichtbij door het hoofd geschoten op het Mediapark te Hilversum.

Volkert van der Graaf werd kort na dit delict in de nabijheid aangehouden en is strafrechtelijk vervolgd en uiteindelijk veroordeeld wegens moord.

Volkert van der Graaf is veroordeeld tot 18 jaar cel voor het vermoorden van politicus Pim Fortuyn op 6 mei 2002 op het Media Park in Hilversum. Dat heeft de rechter in de zwaar beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp zojuist uitgesproken.

Fortuyn werd vermoord op het parkeerterrein van Radio 3FM nadat hij te gast was bij Ruuddewild.nl.

De eis van de Officier van Justitie was levenslang. Van der Graaf zal overigens geen 18 jaar in de cel zitten. Gebruikelijk is dat éénderde van de straf kwijtgescholden zal worden. Hij zal dus uiteindelijk 12 jaar moeten zitten.

De rechter acht de kans op herhaling niet aanwezig, en neemt mee dat Van der Graaf geen strafblad had. Bovendien erkent de rechter dat hij zich zorgen maakte over de opkomst van Fortuyn, die schadelijk zou zijn voor kwetsbare personen in de maatschappij; zoals moslims en WAO’ers. De rechter benadrukte dat de straf geen wraak is.

De rechtbank acht bewezen dat Van der Graaf op 6 mei 2002 bij vol verstand met voorbedachte rade Pim Fortuyn heeft doodgeschoten in het mediapark te Hilversum. Van der Graafs psychische stoornis is niet van invloed geweest op de daad. Ook acht de rechtbank bewezen dat Van der Graaf Hans Smolders, chauffeur van Fortuyn, heeft bedreigd met een vuurwapen.

Geplaatst in Volkert van der Graaf

www.volkertvandergraaf.com complot moord Fortuyn

http://www.volkertvandergraaf.com complot moord Fortuyn

Geplaatst in Volkert van der Graaf

2Vandaag – Volkert van der Graaf

op 2vandaag

 

Geplaatst in Volkert van der Graaf

Video – Uitspraak rechtbank Volkert Van der Graaf

Video’s over Volkert van der Graaf

Uitspraak rechtbank

 

Geplaatst in Volkert van der Graaf | 1 reactie